3.1 Bloed

1234567891011121314
Across
  1. 3. De vloeistof in het bloed die voor het grootste deel uit water bestaat en waarin allerlei stoffen zijn opgelost.
  2. 5. De stof die ongeveer 91% van het bloedplasma uitmaakt.
  3. 7. Stoffen die via het bloed ziekteverwekkers kunnen bestrijden.
  4. 10. Gas dat in de longen wordt opgenomen en door het bloed naar de organen wordt vervoerd.
  5. 11. Plasma-eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bloedstolling.
  6. 13. Cellen zonder celkern die verantwoordelijk zijn voor het vervoer van zuurstof.
Down
  1. 1. Toestand waarbij iemand zich zwak en moe voelt door een tekort aan hemoglobine.
  2. 2. Stoffen die opgelost zijn in bloedplasma en behoren tot de mineralen.
  3. 4. Delen van uiteengevallen cellen zonder celkern die betrokken zijn bij de bloedstolling.
  4. 5. Ze hebben een celkern en kunnen ziekteverwekkers opnemen en vernietigen.
  5. 6. Stoffen zoals koolstofdioxide die via het bloed uit het lichaam worden afgevoerd.
  6. 8. Proces waarbij een wond wordt afgesloten om bloedverlies te voorkomen.
  7. 9. De belangrijkste functie van bloed in het lichaam.
  8. 12. Eiwit in rode bloedcellen dat zorgt voor het vervoer van zuurstof en de rode kleur van bloed.
  9. 14. Onderdeel dat ontbreekt in rode bloedcellen maar aanwezig is in witte bloedcellen.