3.1 Genotype en fenotype

1234567891011121314
Across
  1. 6. Vrouwelijke voortplantingscel die bij bevruchting samengaat met een zaadcel.
  2. 8. Factor van buitenaf, zoals voeding of zonlicht, die eigenschappen van een organisme kan veranderen.
  3. 9. Een levend wezen waarvan de kenmerken door genotype en milieu bepaald worden.
  4. 11. Proces waarbij een cel zich splitst in twee identieke cellen met hetzelfde genotype.
  5. 13. Een variant van een gen; elke eigenschap wordt door twee van deze bepaald.
  6. 14. Mannelijke voortplantingscel die bij bevruchting genetisch materiaal levert.
Down
  1. 1. Het doorgeven van genetische informatie van ouders op nakomelingen.
  2. 2. Onderdeel van een cel waar het DNA en dus het genotype zich bevindt.
  3. 3. Proces waarbij een eicel en een zaadcel samensmelten tot een nieuwe cel met volledige erfelijke informatie.
  4. 4. Alle waarneembare en onwaarneembare kenmerken van een organisme, beïnvloed door erfelijkheid én omgeving.
  5. 5. De verzameling erfelijke informatie in de celkern die je hele leven hetzelfde blijft.
  6. 7. Stukje DNA dat de erfelijke informatie voor één eigenschap bevat.
  7. 10. Kenmerk van een organisme dat erfelijk of door het milieu bepaald kan zijn.
  8. 11. Structuur in de celkern die DNA bevat en waarop genen liggen.
  9. 12. Molecuul waaruit chromosomen zijn opgebouwd en dat erfelijke informatie draagt.