Across
- 3. later
- 4. de kaas
- 9. de vis
- 13. iets
- 15. het glas
- 16. dorst hebben
- 17. de pannenkoek
- 19. als
- 22. eruitzien
- 23. het vlees
- 24. het rundvlees
- 25. het leven
- 26. (uit)eindelijk
- 27. ga je gang!
- 28. te, teveel
Down
- 1. redden
- 2. klaar
- 5. eten
- 6. de doos, het blik
- 7. aandoen
- 8. lief
- 9. de fles
- 10. misschien
- 11. nodig hebben
- 12. het kopje
- 14. twijfelen
- 18. honger hebben
- 20. dat vind ik leuk
- 21. het ijs
- 25. de melk
