§4.1 VWO klas 1

123456789
Across
  1. 2. Een maatschappij waarin bijna iedereen als boer werkt en er vrijwel geen steden zijn.
  2. 3. Een economie waarin een gebied in zijn eigen economische behoeften voorziet.
  3. 7. Periode van 500 tot 1500 n.C.
  4. 9. Tijdvak van 500 tot 1000 n.C.
Down
  1. 1. Werkzaamheden die horigen gratis voor de heer moesten doen.
  2. 4. Economisch systeem waarbij een heer de horigen in zijn gebied beschermde, in ruil voor herendiensten en een deel van de opbrengst van het land.
  3. 5. Iemand die eigendom was van een heer, die zelf geen bezit had en die voor zijn heer moest werken als boerenknecht.
  4. 6. Boer die geen eigen grond had, maar die moest werken op het land van de heer en die de grond van de heer niet mocht verlaten zonder zijn toestemming.
  5. 8. Gebied waar een heer de baas was en waarvan hij de inkomsten kreeg.