4.2 De bouw van botten

123456789101112131415
Across
  1. 3. De open ruimten tussen de schedelbeenderen van een baby worden zo genoemd.
  2. 5. Eigenschap van de tussencelstof in kraakbeen waardoor het goed kan buigen.
  3. 6. Een ander lichaamsdeel waar kraakbeen aanwezig blijft bij volwassenen.
  4. 7. Deze stof in botten zorgt voor hardheid maar maakt ze minder buigzaam.
  5. 10. De fontanellen bevinden zich tussen de botten van dit lichaamsdeel.
  6. 12. Een plek in het lichaam waar je nog kraakbeen vindt, ook als volwassene.
  7. 13. Hierin liggen de cellen in kringen rondom kanaaltjes.
  8. 14. Dit weefsel is buigzaam en zit bijvoorbeeld in je neus en oren.
  9. 15. Hun botten breken sneller omdat er minder collageen in zit.
Down
  1. 1. Hun botten bevatten meer lijmstof en minder kalkzouten dan die van ouderen.
  2. 2. In botweefsel lopen hier bloedvaten doorheen, omgeven door botcellen.
  3. 4. Zowel in bot- als kraakbeenweefsel bevindt dit materiaal zich tussen de cellen.
  4. 8. Proces waarbij kraakbeen tijdens de groei verandert in bot.
  5. 9. Deze lopen door de kleine kanaaltjes in het botweefsel.
  6. 11. Een lijmachtige stof in botten die bijdraagt aan de buigzaamheid.