Across
- 3. Ze planten zich voort met sporen en hebben vaak holle, gelede stengels of ingesneden bladeren.
- 5. Hiermee kun je bepalen of je iets in twee gelijke helften kunt verdelen.
- 7. Ze hebben een inwendig skelet van kalk, leven op de zeebodem en hebben een huid met stekels of knobbels.
- 9. Dieren met deze eigenschap kun je alleen op één manier in twee gelijke helften verdelen.
- 10. Deze groep dieren heeft poten met meerdere delen, een uitwendig skelet en vaak een geleed lichaam.
- 11. Deze waterdieren hebben geen skelet en gebruiken vangarmen om prooien te vangen.
- 12. De harde laag aan de buitenkant die zorgt voor bescherming bij bijvoorbeeld insecten of krabben.
- 14. Ze planten zich voort met zaden en hebben wortels, stengels, bladeren én vaten.
- 15. Ze hebben wel stengels en bladeren, maar geen echte wortels en ook geen vaten.
Down
- 1. Dit deel van het lichaam stuurt alles aan bij gewervelde dieren en ligt goed beschermd binnenin.
- 2. Ze zijn niet-symmetrisch, hebben een skelet van hoornvezels en leven vast op de zeebodem.
- 4. Ze hebben geen wortels, stengels of bladeren en planten zich voort door deling of met sporen.
- 6. De stevige structuur binnenin het lichaam die zorgt voor steun en vorm, bijvoorbeeld bij een kikker of mens.
- 8. Dieren zoals zeesterren kun je op meerdere manieren in ongeveer gelijke helften verdelen.
- 13. Ze zijn langwerpig, hebben geen skelet en een tweezijdige symmetrie.
