4.4 Planten en dieren

123456789101112131415
Across
  1. 3. De stevige structuur binnenin het lichaam die zorgt voor steun en vorm, bijvoorbeeld bij een kikker of mens.
  2. 4. Dieren met deze eigenschap kun je alleen op één manier in twee gelijke helften verdelen.
  3. 6. Dit deel van het lichaam stuurt alles aan bij gewervelde dieren en ligt goed beschermd binnenin.
  4. 7. Dieren zoals zeesterren kun je op meerdere manieren in ongeveer gelijke helften verdelen.
  5. 11. Ze planten zich voort met sporen en hebben vaak holle, gelede stengels of ingesneden bladeren.
  6. 13. Deze groep dieren heeft poten met meerdere delen, een uitwendig skelet en vaak een geleed lichaam.
  7. 14. Hiermee kun je bepalen of je iets in twee gelijke helften kunt verdelen.
  8. 15. Ze zijn langwerpig, hebben geen skelet en een tweezijdige symmetrie.
Down
  1. 1. Ze planten zich voort met zaden en hebben wortels, stengels, bladeren én vaten.
  2. 2. De harde laag aan de buitenkant die zorgt voor bescherming bij bijvoorbeeld insecten of krabben.
  3. 5. Ze hebben een inwendig skelet van kalk, leven op de zeebodem en hebben een huid met stekels of knobbels.
  4. 8. Deze waterdieren hebben geen skelet en gebruiken vangarmen om prooien te vangen.
  5. 9. Ze zijn niet-symmetrisch, hebben een skelet van hoornvezels en leven vast op de zeebodem.
  6. 10. Ze hebben wel stengels en bladeren, maar geen echte wortels en ook geen vaten.
  7. 12. Ze hebben geen wortels, stengels of bladeren en planten zich voort door deling of met sporen.