4B1-W1-L1

1234567891011
Across
  1. 3. een woord waarmee je iemand gedag zegt.
  2. 6. je allerbeste vriend.
  3. 8. hallo zeggen als je iemand tegenkomt.
  4. 11. een vriend.
Down
  1. 1. ergens snel weggaan, omdat je bijvoorbeeld bang bent.
  2. 2. een ander woord voor wel waar.
  3. 4. iemand die een ander helpt bij gevaar.
  4. 5. een ander woord voor niet waar.
  5. 7. het vrienden zijn met elkaar.
  6. 9. als je met iemand anders praat.
  7. 10. een groot ongeluk.
  8. 11. iemand die heel onhandig is.