9.1 Bladeren

123456789101112131415
Across
  1. 1. Deze stof ontstaat bij fotosynthese en verlaat de plant via de huidmondjes.
  2. 5. Deze omgevingsfactor moet geschikt zijn om fotosynthese te laten plaatsvinden.
  3. 7. Deze met vocht gevulde blaas in de cel helpt bij het behouden van stevigheid.
  4. 9. Deze stof wordt door de plant gebruikt als brandstof en als bouwstof.
  5. 12. Deze stevige buitenkant van de plantencel voorkomt dat de cel uitrekt.
  6. 13. Proces waarbij met behulp van zonlicht glucose en zuurstof worden gevormd uit water en koolstofdioxide.
  7. 14. Kleine openingen in de opperhuid die gasuitwisseling mogelijk maken.
  8. 15. Dit neemt af als er te weinig water in de vacuolen van plantencellen zit.
Down
  1. 2. Dunne laag cellen met een waslaagje die bescherming biedt tegen uitdroging en ziekteverwekkers.
  2. 3. Dit wordt via de wortels opgenomen en is nodig voor fotosynthese.
  3. 4. Structuren in het blad die zorgen voor het transport van water, mineralen en suikers.
  4. 6. Ze kunnen van vorm veranderen, waardoor de opening in het huidmondje groter of kleiner wordt.
  5. 8. Deze vertakking zorgt ervoor dat water en opgeloste stoffen in het blad worden verspreid.
  6. 10. Deze structuren zetten zonlicht om in energie voor de plant.
  7. 11. Deze gasvormige stof uit de lucht is een van de ingrediƫnten voor fotosynthese.