Aanvulzinnen (vervoegde werkwoorden)

123456789101112131415
Across
  1. 2. Hij ... altijd te laat.
  2. 5. Het meisje ... haar handen met water en zeep.
  3. 6. Ze ... de worst in plakjes.
  4. 8. De schilder ... de muur blauw.
  5. 10. De jongen ... van de koude.
  6. 11. Het kind ... graag boeken.
  7. 12. Ze ... graag een lekker kopje koffie.
  8. 14. Hopelijk ... hij niet meer want hij is al zo groot.
  9. 15. Het kind ... het blad papier in twee.
Down
  1. 1. Mijn mama ... altijd veel zout bij de aardappelen.
  2. 3. De vrouw ... met haar hond op de stoep.
  3. 4. De auto ... heel snel voorbij.
  4. 7. Het ... nu al dagen pijpestelen.
  5. 9. Ze ... haar geld als bankbediende.
  6. 13. Het meisje ... elke morgen haar haren.