Afronding leerjaar 1 (woordenschat)

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Across
  1. 3. wie/wat + werkwoordelijk gezegde =
  2. 4. te besteden bedrag
  3. 8. zelfstandig naamwoord reflecteren
  4. 9. verleden tijd meervoud combineren
  5. 10. voorraad/beschikbare producten
  6. 12. instelling
  7. 14. belangrijk naast klantvriendelijkheid
  8. 16. woordsoort uniek
  9. 21. schuingedrukt
  10. 22. tegenovergestelde nutteloos
  11. 23. informatie
  12. 26. slotsom
  13. 29. mogelijkheden
  14. 30. stap voor stap
  15. 31. verhuizing
  16. 35. tot in elk detail uitgewerkt
  17. 36. gebaseerd op feiten
  18. 37. teken/sein
  19. 38. woordsoort naast
  20. 39. vragenlijst in een onderzoek
  21. 40. pardon/excuseer
Down
  1. 1. verschillende
  2. 2. zelfstandig naamwoord voordragen
  3. 5. woordsoort beperken
  4. 6. maken, maar ook beseffen
  5. 7. woordsoort commando
  6. 11. niet te ontwijken
  7. 13. doelgericht
  8. 15. onderdeel
  9. 17. woordsoort geïnteresseerd
  10. 18. gezamenlijk
  11. 19. de eerste stap
  12. 20. regelmatig voorkomend
  13. 24. helemaal zelf bedacht
  14. 25. internetpagina
  15. 27. cursus
  16. 28. voltooid deelwoord presenteren
  17. 32. opstel in krant/tijdschrift
  18. 33. modern
  19. 34. regelmatig