Across
- 4. Hoe ga jij elke dag naar school?
- 6. Wat is 1+1?
- 7. Een rood fruit die je vaak in de zomer eet.
- 9. Waar lig je 's avonds in?
- 10. Je balpen enz zitten erin.
- 14. Je doet het vrijdag na school.
- 15. Wie ben ik?
- 16. Welk instrument bespelen wij?
- 17. In de zomer spring je op en neer op dit voorwerp.
Down
- 1. Je doet het aan als je naar buiten gaat.
- 2. Miauw
- 3. Waar doe je net gewassen was in?
- 5. Het staat in de living en je zit er elke dag in.
- 6. Waar gaan we dit jaar op vakantie?
- 8. Je droogt ermee af.
- 11. Wat geeft licht als je het aanzet?
- 12. Je doet het open en toe en je gerbuikt het elke dag.
- 13. Je hebt het in het groen en geel.
