AOP Kerstpuzzel 2023

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849
Across
  1. 2. Informatie die je bijvoorbeeld in een selectieprocedure verzamelt over iemands gedrag in het verleden, waarden, attitudes, etc.
  2. 4. Volgers die zich aanpassen en niet in verzet komen, en daarmee destructief leiderschap mogelijk helpen maken
  3. 9. Type interview met relatief hoge validiteit
  4. 11. Volgens Hertzberg's 2-factortheorie zorgt dit voor extra hoge werktevredenheid en inspanning
  5. 13. Acute emotionele toestand met een duidelijke aanleiding
  6. 15. Informatie over de resultaten van ons (werk)gedrag; deze kan zelf ook weer motiverend werken
  7. 16. Eén van de drie persoonlijkheidstrekken in de 'Dark Triad'
  8. 21. Onderzoeksmethode die het mogelijk maakt om valide causale conclusies te trekken
  9. 22. De toepassing op het werk van wat je in een training geleerd hebt
  10. 24. Engelse naam voor een eis waar je in een selectieprocedure aan moet voldoen, en die je niet kunt compenseren met iets anders
  11. 26. Eigenschap (afkorting) van veel steekproeven in de psychologie die de generaliseerbaarheid beperkt
  12. 29. Dit type rechtvaardigheid slaat op de wijze waarop een beslissing tot stand gekomen is
  13. 31. Een voorbeeld van een rolstressor
  14. 33. De naam van het beroemde effect waarbij mensen zich anders gaan gedragen doordat er aandacht aan ze besteed wordt
  15. 38. Een willekeurige meetfout
  16. 39. De aantrekkelijkheid van een beloning of uitkomst (in Vroom's motivatietheorie)
  17. 40. Eerlijkheidsregel waarbij het gaat om gelijke uitkomsten bij gelijke inspanning
  18. 41. De impliciete theorie dat intelligentie of andere eigenschappen niet te ontwikkelen zijn; je hebt het of je hebt het niet
  19. 42. Nieuw gedrag aanleren door imitatie van een ander die het gewenste gedrag vertoont
  20. 43. Afkorting voor werknemers die vanuit hun kennis over het werk informatie geven bij taak- of functieanalyse
  21. 45. De mate waarin een meting consistent of stabiel is
  22. 46. De afkorting voor een leiderschapstheorie die zich richt op de kwaliteit van dyadische leider-volger-relaties
  23. 47. Inschatting van een situatie om te bepalen of deze bedreigend is of niet
  24. 48. De fase vóór een training waarin je nagaat wat mensen precies moeten doen om hun werk goed te doen
  25. 49. Type emotie dat je voelt als je vooruitdenkt aan iets dat je gaat doen of meemaken
Down
  1. 1. Afkorting voor het model van Holland waarin verschillende interesses tegen elkaar worden uitgezet
  2. 3. Type leiderschap dat vooral draait om ingrijpen als er iets misgaat en het belonen van gewenst gedrag
  3. 5. De afkorting voor werkgedrag dat mensen niet per se hoeven te doen, maar dat wel nuttig of behulpzaam is
  4. 6. De tak van de AOP die zich sterk bezighoudt met vraagstukken rond de werving, selectie, en beloning van werknemers
  5. 7. Datgene dat je (met een test of andere meting) probeert te voorspellen
  6. 8. Een systematische vertekening
  7. 10. Het probleem dat een meting van werkgedrag relevante componenten van dat gedrag buiten beschouwing laat
  8. 12. De Engelse naam voor het fenomeen dat mensen de organisatie verlaten en op zoek gaan naar ander werk
  9. 14. Eén van de cultuurdimensies in Hofstede's cultuurmodel
  10. 17. Geeft ons gedrag richting, intensiteit, kwaliteit, en persistentie
  11. 18. Systematisch wegblijven van het werk
  12. 19. Conflicthanteringsstijl met hoge 'concern for self' en lage 'concern for other'
  13. 20. Eén van de drie concepten in het ASA-model
  14. 23. Trainingsmethode waarin de echte werksituatie realistisch wordt nagebootst
  15. 25. Type design (in een validiteitsstudie) waarin de voorspeller en de uitkomstvariabele tegelijkertijd gemeten worden
  16. 27. Type validiteit waarbij je kijkt of een predictor (zoals een test) toegevoegde voorspellende waarde heeft
  17. 28. Eén van de drie facetten van burn-out
  18. 30. Type leeruitkomst dat betrekking heeft op attitudes en gevoelens
  19. 32. De afkorting voor ongewenst werkgedrag waarmee mensen elkaar of de organisatie dwars zitten
  20. 34. Dit kun je met je eigen functie doen om hem interessanter en/of minder belastend te maken
  21. 35. Naam (afkorting) van een veelgebruikte maar niet-valide persoonlijkheidsvragenlijst die mensen indeelt in types zoals 'ISTJ' of 'ENTP'
  22. 36. De Engelse naam van de persoonlijkheidstrek die werkprestaties het sterkste voorspelt
  23. 37. Psychologische stroming waarin het vrijwel uitsluitend ging om leerprocessen en bekrachtiging
  24. 44. Hier is sprake van als blijkt dat de relatie tussen twee variabelen afhangt van een andere variabele