Across
- 3. Door de deling zijn er 4 verschillende haploïde cellen.
- 5. Zit in de genen en komt altijd tot uiting.
- 6. Factoren die per 2 voorkomen.
- 8. Als een organisme voor een bepaald kenmerk 2 dezelfde allelen heeft.
- 9. Als de allelen voor dit kenmerk van elkaar verschillen.
- 12. Het zit in de genen en het komt pas tot uiting als er geen dominant allel aanwezig is.
- 13. Het aantal chromosonen wordt gehalveerd tot 23. Door crossing-over zijn ze niet meer identiek aan de moedercel.
- 14. Het volledige pakket erfelijk materiaal dat een individu in zich draagt (maar dat daarom niet noodzakelijk tot uiting komt).
Down
- 1. Voorplantingscel
- 2. Door zelfbestuiving de nakomelingen altijd planten opleveren met dezelfde kenmerken als de ouders.
- 4. Het zijn cellen waar van je telkens 2 chromosonen hebt van elk type, ééntje kreeg je van je vader en ééntje van je moeder, dus zo'n cel bevat 46 chromosonen.
- 7. Ouders maar met 1 kenmerk verschillend.
- 10. Door de deling ontstaan 2 identieke diploïde cellen.
- 11. Het geheel van uiterlijke kenmerken van een individu, bepaald door zowel erfelijke aanleg (genotype) als door de invloed van het milieu.
