begrippen gs

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 6. Afwijken van de officiële leer van de katholieke kerk.
  2. 7. tijd De periode van de 16e tot en met de 18e eeuw.
  3. 8. Een techniek waardoor je de indruk kunt wekken dat er diepte zit in een (plat) schilderij.
  4. 10. Een fort met een haven, pakhuizen en woningen langs de nieuw ontdekte kusten van Azië, Afrika en Zuid Amerika.
  5. 12. Gebied dat door een bisschop wordt bestuurd.
  6. 15. De ideeën die mensen hebben over zichzelf en de mensen om hen heen.
  7. 18. Volk dat tussen ca. 1440 tot 1536 in het huidige Peru (Zuid-Amerika) een groot rijk had.
  8. 20. Geleerde uit de tijd van de renaissance, die teksten uit de oudheid bestudeerde en vertaalde. Humanisten vonden het belangrijk dat mensen leerden lezen en leerden om zelf ergens een oordeel over te vormen.
  9. 22. De cultuur in de overgangsperiode van middeleeuwen naar vroegmoderne tijd. In deze tijd (1300-1600) keek men met een nieuwe blik naar de oudheid en kwam de mens centraal te staan. Renaissance betekent letterlijk ‘wedergeboorte’ (van de oudheid).
  10. 23. Een reis naar een heilige plek om te gaan bidden.
  11. 24. De uitbreiding van een gebied of van invloed.
  12. 25. De manier waarop mensen denken.
Down
  1. 1. Leger van soldaten die een vorst of edelman kunnen inhuren om voor zich te laten vechten.
  2. 2. Volk dat tussen ca. 1200 en 1521 in het huidige Mexico (Midden-Amerika) een groot rijk had.
  3. 3. Kruiden die rijke Europeanen gebruikten om het eten meer smaak te geven.
  4. 4. De christelijke kerk die werd geleid door de paus in Rome.
  5. 5. Een overtreding van een regel van de kerk, bijvoorbeeld van het christelijke gebod dat je niet mag doden.
  6. 9. Een bisschopskerk.
  7. 11. Een land met duidelijke grenzen waarin overal dezelfde wetten en regels gelden.
  8. 13. Rijk Het Turkse Rijk dat in de 15e eeuw steeds machtiger werd en in 1453 Constantinopel innam. Hiermee kwam een einde aan het Oost-Romeinse Rijk.
  9. 14. Een overledene die in het verleden veel voor het geloof heeft gedaan of voor het geloof is gestorven. Een heilige staat daarom dicht bij God en kan wonderen
  10. 16. Een poging van christelijke legers uit West-Europa om moslims in het Midden-Oosten te bestrijden.
  11. 17. Bestuurder van een bisdom; een van de hoogste mensen in de rooms-katholieke kerk. Een bisschop kon in de middeleeuwen ook leenman zijn en voor de vorst een gebied besturen.
  12. 19. De leer van de bouw van het (menselijk) lichaam.
  13. 21. bestuur Bestuur vanuit één plaats; overal in het land gelden dezelfde wetten en belastingen.