Begrippen H1 2MH

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334
Across
  1. 2. – De onbegroeide delen van de Waddenzee die twee keer per dag droogvallen.
  2. 5. – Een gebied met een hoogte van 1500 meter of meer boven zeeniveau.
  3. 7. – Het uiteenvallen van hard gesteente onder invloed van het weer en de werking van planten.
  4. 10. – Sedimenten die door verwering los zijn gekomen.
  5. 12. – Hoogteverschillen in het landschap. sediment – Gesteente dat is ontstaan door het neerleggen van materiaal door water, wind of ijs.
  6. 13. verwering – Verwering waarbij de samenstelling verandert als gevolg van de werking door zuurstof, zuren en vocht.
  7. 15. – IJsmassa in het hooggebergte die langzaam naar beneden schuift.
  8. 16. – Een aaneengesloten stuk ijs op een groot landoppervlak.
  9. 17. – Heuvel die door landijs ontstaan is.
  10. 20. kant – Gebied buiten de dijk dat niet beschermd wordt tegen water.
  11. 22. – Grond die bestaat uit al of niet vergane plantenresten.
  12. 23. – De kleinste korreltjes sediment die alleen met een microscoop te zien zijn.
  13. 25. – Vlak gebied met een hoogteligging onder de 500 meter.
  14. 26. – Het uitschuren van materiaal door water, wind en ijs.
  15. 27. – Afgeronde steentjes, die meestal door verwering van gesteente ontstaan en daarna door de rivier verplaatst worden.
  16. 28. – Het begin van de rivier, oftewel het bovenste deel dat meestal in de bergen stroomt.
  17. 32. – Grote en zware rotsblokken die door het ijs vervoerd zijn
  18. 34. verwering – Verwering waarbij gesteente verbrokkelt zonder dat de samenstelling verandert.
Down
  1. 1. dal – Een dal ontstaat doordat smeltwater van de ijstong een stuk stuwwal erodeerde.
  2. 3. – Het neerleggen van materiaal als de transportsnelheid van water, wind of ijs afneemt.
  3. 4. – Middelste deel van de rivier, tussen de boven en benedenloop.
  4. 6. landschap – Het landschap is door mensen ingericht met huizen, wegen enz.
  5. 8. gebergte – Een hooggebergte met veel reliëf.
  6. 9. – Stuk land, omgeven door dijken, waar de waterstand geregeld kan worden.
  7. 11. vondsten – Opgegraven voorwerpen van mensen of dieren die iets vertellen over het leven van vroeger.
  8. 14. – Een opeenhoping van stenen die door een aardverschuiving naar beneden is gevallen.
  9. 18. – Stuk zee langs de kust dat regelmatig droogvalt.
  10. 19. – Langgerekte verhoging om water tegen te houden.
  11. 20. – Laagste deel van een rivier, net voordat zij in zee stroomt.
  12. 21. – Door de wind opgewaaide zandheuvel.
  13. 24. – Nieuw land in zee dat ontstaat door sedimentatie waar een rivier in zee mondt.
  14. 29. gebergte – Een middelgebergte of heuvelland met weinig reliëf.
  15. 30. – In dit landschap merk je niets van mensen en het is bijna niet ingericht.
  16. 31. – Door mensen gemaakte verhoging als bescherming tegen het zeewater.
  17. 33. –Sediment dat grover is dan klei en fijner is dan grind, je kunt de korreltjes nog met het blote oog zien.