Across
- 3. Een deeltje van de detailhandel wordt ook een ___ van de detailhandel genoemd.
- 4. Prestaties die iemand voor jou levert. Dingen die iemand voor jou doet.
- 5. De school behoort tot de ___ sector.
- 7. Een ander woord voor extractieve bedrijven (zonder spatie).
- 11. De primaire, secundaire en tertiaire sector vormen de groep van bedrijven die als hoofddoel winst willen maken. VOor deze 3 sectoren samen hadden wij nog een andere naam ... de p____
- 12. Als je zin hebt in een stuk taart, dan ga je dat kopen. Dit is een voorbeeld van een ___ behoefte.
- 14. Een luxebehoefte wordt ook wel een ____ behoefte genoemd.
- 16. Een handelaar die geen andere job heeft, is een handelaar in _________.
- 19. Producten of tastbare dingen (meervoud).
- 22. Iemand die goederen koopt en verkoopt, met de bedoeling om winst te maken, en er zijn beroep van maakt.
- 23. Een levensnoodzakelijke behoefte wordt ook een ______ behoefte genoemd.
Down
- 1. Bedrijven uit de secundaire sector ____ grondstoffen.
- 2. Deze deelsector gaat goederen en diensten in grote hoeveelheden verkopen aan andere winkels.
- 6. Landbouwbedrijven worden ook wel _____ bedrijven genoemd.
- 8. Als je alle bedrijven die iets te maken hebben met het productieproces van een product, onder elkaar schrijft, in de juiste volgorde, dan krijg je de _____ van dat product.
- 9. Een handelaar die ook nog een andere job heeft, is een handelaar in ______ .
- 10. Als wij iets kopen, dan v_______________ wij iets.
- 11. Goederen maken of diensten verlenen noemen we ook p____ .
- 13. Ander woord voor klant
- 15. Ander woord voor detailhandel.
- 17. De twee grote branches van de detailhandel zijn non-food en ___ .
- 18. Je behoeften wegwerken noemen we ook je behoeften b______.
- 20. Het aanvoelen van een tekort en het verlangen om eraan te voldoen.
- 21. De sector waartoe alle bedrijven horen die iets verkopen aan klanten.
