Across
- 6. Werkt in het ziekenhuis (mannelijk iemand).
- 7. Zit in de ruimte.
- 8. Dokter voor de dieren.
- 9. Poetst huizen.
- 10. Kijkt naar de tanden.
- 13. Speelt in films.
- 14. Maakt het brood.
Down
- 1. Werkt in de bank.
- 2. Bestuurt het vliegtuig.
- 3. Opereert iemand.
- 4. Geeft je boetes.
- 5. Blust het vuur.
- 11. Als je ziek bent ga je naar daar.
- 12. Geeft je les.
