Beroepen

12345678910111213
Across
  1. 2. De mevrouw die je haar knipt, is de …
  2. 3. De … rijdt met een bus.
  3. 7. De … maakt het huis schoon.
  4. 8. De … controleert de kaartjes in de trein.
  5. 10. De persoon die elke morgen de brieven bij je thuis brengt.
  6. 11. Als je ziek bent, dan ga je naar de …
  7. 12. De … verkoopt vlees.
  8. 13. Iemand die les geeft, noem je een …
Down
  1. 1. Een … helpt de zieke mensen in het ziekenhuis.
  2. 2. Een … maakt lekker eten.
  3. 4. Een … kan mooie houten tafels en kasten maken.
  4. 5. Je gaat om geneesmiddelen naar de …
  5. 6. Als je te snel rijdt, dan krijg je een boete van de …
  6. 9. Een … werkt in het leger.