Across
- 3. Het komt in orde.
- 4. Wanneer men honger heeft,smaakt alles goed.
- 6. Er moet maar één persoon de leiding hebben anders gaat het niet goed.
- 9. Plotse stilte tijdens een gesprek.
- 10. Men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet.
Down
- 1. Hou je niet bezig met dingen waar je niets van weet.
- 2. Een taak waar veel geduld bij komt kijken.
- 5. Erg brutaal zijn.
- 7. De toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders.
- 8. Iets opeten.
