Biejolochie Erveleikhijd

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Across
  1. 6. Hiermee bepalen onderzoekers wat de bijdrage is van allelen (genotype) en het milieu aan de ontwikkeling van een eigenschap bij tweelingen
  2. 7. Twee verschillende allelen
  3. 8. Een kruising waarbij je let op twee eigenschappen
  4. 10. Synoniem van geslachtscellen
  5. 11. Onderzoek dat moet achterhalen of de aanstaande ouders een erfelijke aanleg voor de ziekte hebben
  6. 13. Varianten van hetzelfde gen
  7. 14. Deze allelen kunnen zowel dominant als recessief zijn
  8. 15. De overerving van één bepaalde eigenschap
  9. 17. Het laatste chromosomenpaar in een karyogram
  10. 20. Het resultaat van erfelijke factoren en het milieu
  11. 22. Overerving waarbij veel genen samen één eigenschap bepalen
  12. 23. Een overzicht van de overervingen van een bepaalde eigenschap in een familie
  13. 24. Een allel gebonden aan het X-chromosoom
  14. 25. Een allel gebonden aan het Y-chromosoom
  15. 27. Het selecteren van een embryo zonder de genetische aandoening
  16. 29. Het bewerken van een eigenschap door middel van scheikunde methodes
  17. 30. Eigenschappen die je hebt als je te wereld komt
  18. 33. Twee chromosomen die samen een paar vormen
  19. 34. Een combinatietabel voor allelen
  20. 35. Test waarbij je kan bepalen of je rood-groen kleurenblind bent
  21. 36. Draagt een bepaald allel
Down
  1. 1. Twee allelen die op dezelfde chromosoom zitten
  2. 2. Als het ene allel niet (helemaal) dominant is over het andere allel
  3. 3. Een allel dat altijd zichtbaar is als iemand drager is
  4. 4. Onderzoek waarbij artsen kijken of er een afwijkend allel in het DNA is
  5. 5. Een chromosomenkaart
  6. 7. Twee gelijke allelen
  7. 9. Wanneer er van een gen meer dan twee allelen bestaan
  8. 12. Dan is de overerving niet gekoppeld
  9. 16. Je allelen voor een bepaalde eigenschap
  10. 18. Aandoening van een downer
  11. 19. Een allel dat gedragen kan worden maar niet altijd zichtbaar is
  12. 21. Beide allelen zijn dominant
  13. 26. Hierbij splits je de kruising op in twee monohybride kruisingen
  14. 28. Geeft een fenotype dat tussen de homozygote fenotypen zit
  15. 31. Alle genen samen
  16. 32. Dergelijke informatie voor een bepaalde eigenschap