Blauwe plekken

123456789101112131415161718
Across
  1. 2. Niet meer weten wat te doen.
  2. 6. Pijnlijke geschiedenis, herinneringen.
  3. 7. Plaats waar Judith woont.
  4. 9. Een verzinsel van Judith om haar blauwe plekken te verklaren.
  5. 10. Geschenk van Michiel aan Judith dat kapot gesneden wordt door Judith's moeder.
  6. 12. Het slaan van een kind.
  7. 14. Hoofdpersonage van het boek.
  8. 16. Erg stil,teruggetrokken.
  9. 17. Op een andere plaats gaan wonen.
  10. 18. Woordblindheid van Michiel.
Down
  1. 1. Niet vertrouwen, kwaad opzet vermoeden.
  2. 3. Bloeduitstortingen ten gevolge van het slaan.
  3. 4. Trui met opgerolde kraag om blauwe plekken te verbergen.
  4. 5. Persoon die lesgeeft en een belangrijke rol speelt in het verhaal.
  5. 8. Uit school wegblijven.
  6. 11. Vriend waarop Judith kan vertrouwen.
  7. 13. Broer van Judith
  8. 15. De waarheid niet durven vertellen.