blok 5, les 3 en 4

1234567891011121314151617
Across
  1. 5. Minder ver zijn dan iemand anders.
  2. 6. Iemand die veel eerder aan bepaalde dingen denkt dan andere mensen om diegene heen.
  3. 7. Je persoonlijke groei.
  4. 12. Het recht van vrouwen om te kiezen (stemmen).
  5. 14. Afkorting van ten opzichte van. In vergelijking met iets of iemand anders.
  6. 15. Een cursus of een aantal lessen om iets nieuws te leren.
  7. 16. Leren over een land waar je wilt blijven wonen.
  8. 17. 1. Iemand die het eens is met een bepaalde persoon of groep. 2. Een karretje dat je achter de auto kan hangen waardoor je veel mee kunt nemen.
Down
  1. 1. Iemand iets leren zodat hij of zij zich kan ontwikkelen.
  2. 2. Gelijke kansen en rechten willen als anderen.
  3. 3. Ze waren minder ver.
  4. 4. Je weet veel zelf en hoeft niet meer alles te vragen.
  5. 7. Je neemt zelf beslissingen zonder aan iemand te hoeven gehoorzamen.
  6. 8. Het wennen aan een nieuwe (woon)omgeving.
  7. 9. Gelijk zijn aan elkaar. Op dezelfde manier behandeld worden.
  8. 10. Alle mensen samen en de manier waarop ze met elkaar omgaan.
  9. 11. Voorliggen op iemand anders. Verder zijn dan iemand anders.
  10. 13. Ergens in groeien, beter in worden.