Across
- 4. Niet boven, maar onder. Lucht is boven grond is ....
- 6. Iedereen.
- 9. lawaai.
- 10. Iets uit de natuur. Door de natuur gemaakt.
- 13. Een soort grond, je hebt verschillende bijv. aarde en zand.
- 15. Een weg door het land.
- 17. Een reisje door de lucht.
- 18. Een dier dat andere dieren dood maakt en opeet.
- 19. Verdwijnen in de natuur.
- 20. Een stof uit de natuur.
- 24. Een matras met lucht. Je slaapt erop als je aan het kamperen bent
- 25. Jezelf zien, bijvoorbeeld met een spiegel of in water.
- 26. Er zijn wolken.
- 28. Op vakantie zijn met een tent en daar in slapen.
- 29. Op iets leunen.
- 30. Twee zakjes in je bovenlijf. Waar je mee ademt.
Down
- 1. Als het eten uit de grond klaar is, haal je het van het land af om te verkopen.
- 2. boomstronk Als je een boom omhakt of omzaagt, blijft er een stuk staan.
- 3. Een ziekte waardoor je moeilijk kunt ademhalen.
- 4. Een heel klein insect. Een luis die op de bladeren leeft.
- 5. De zon schijnt.
- 7. Een spannende belevenis.
- 8. Door de lucht reizen.
- 11. Het is niet door de natuur gemaakt. Het is onnatuurlijk.
- 12. Water van de zee.
- 14. Een wit plekje op de huis waar vocht onder zit, blaren komen doordat je schoenen knellen, blaren kunnen pijn doen.
- 16. Het gaat plotseling regenen, van een plensbui wordt je helemaal nat.
- 21. dingen die je in je vrije tijd doet voor je plezier.
- 22. Een duin is een heuvel van zand. Het hoogste punt van de duin
- 23. Niet diep, een klein laagje water.
- 26. Top van de boom, helemaal bovenin.
- 27. Het omdraaien door het te rollen.
- 28. Een grote gladde steen, in de natuur.
