Blok 8

123456789101112131415161718192021222324252627282930
Across
  1. 4. Niet boven, maar onder. Lucht is boven grond is ....
  2. 6. Iedereen.
  3. 9. lawaai.
  4. 10. Iets uit de natuur. Door de natuur gemaakt.
  5. 13. Een soort grond, je hebt verschillende bijv. aarde en zand.
  6. 15. Een weg door het land.
  7. 17. Een reisje door de lucht.
  8. 18. Een dier dat andere dieren dood maakt en opeet.
  9. 19. Verdwijnen in de natuur.
  10. 20. Een stof uit de natuur.
  11. 24. Een matras met lucht. Je slaapt erop als je aan het kamperen bent
  12. 25. Jezelf zien, bijvoorbeeld met een spiegel of in water.
  13. 26. Er zijn wolken.
  14. 28. Op vakantie zijn met een tent en daar in slapen.
  15. 29. Op iets leunen.
  16. 30. Twee zakjes in je bovenlijf. Waar je mee ademt.
Down
  1. 1. Als het eten uit de grond klaar is, haal je het van het land af om te verkopen.
  2. 2. boomstronk Als je een boom omhakt of omzaagt, blijft er een stuk staan.
  3. 3. Een ziekte waardoor je moeilijk kunt ademhalen.
  4. 4. Een heel klein insect. Een luis die op de bladeren leeft.
  5. 5. De zon schijnt.
  6. 7. Een spannende belevenis.
  7. 8. Door de lucht reizen.
  8. 11. Het is niet door de natuur gemaakt. Het is onnatuurlijk.
  9. 12. Water van de zee.
  10. 14. Een wit plekje op de huis waar vocht onder zit, blaren komen doordat je schoenen knellen, blaren kunnen pijn doen.
  11. 16. Het gaat plotseling regenen, van een plensbui wordt je helemaal nat.
  12. 21. dingen die je in je vrije tijd doet voor je plezier.
  13. 22. Een duin is een heuvel van zand. Het hoogste punt van de duin
  14. 23. Niet diep, een klein laagje water.
  15. 26. Top van de boom, helemaal bovenin.
  16. 27. Het omdraaien door het te rollen.
  17. 28. Een grote gladde steen, in de natuur.