Blok 8

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748
Across
  1. 3. De dierenwereld.
  2. 4. Grijze en natte grond.
  3. 5. dingen uitzoeken en bij elkaar leggen wat bij elkaar hoort.
  4. 6. Een wortel van een boom.
  5. 8. Er zit veel voedsel in de grond.
  6. 10. Er zit weinig voedsel in de grond.
  7. 11. nat, het zit ergens op.
  8. 13. De plantenwereld.
  9. 15. een stam van een boom met een bijl doorslaan, zodat de boom omvalt.
  10. 16. Grond of aarde weghalen.
  11. 17. Mest over het land strooien.
  12. 19. Een donkergrijze steensoort, dat uit dunnen laagjes bestaat.
  13. 20. Een plaats waar proeven worden gedaan.
  14. 23. Iets door een zeef laten lopen
  15. 25. Steensoorten.
  16. 28. Vochtige grond die voornamelijk uit plantenresten bestaat.
  17. 29. De grond wordt onderzocht.
  18. 31. natte zachte grond.
  19. 32. Iets dat uit grotere brokken en klonten bestaat.
  20. 34. Een bruine en beetje een vette grond die bij rivieren ligt.
  21. 36. een buis onder de grond, waarin het water uit wasbakken wc’s en douches en vaak ook regenwater wordt afgevoerd.
  22. 37. Lage bergen van licht gekleurd zand bij de zee.
  23. 38. nattigheid
  24. 40. In kleine stukjes uit elkaar vallen.
  25. 44. Het soort weer dat bij een land of een streek hoort.
  26. 45. Een brok of een klont.
  27. 46. Een ander woord voor planten.
  28. 48. Een klein beetje van iets om te onderzoeken.
Down
  1. 1. Er is heel veel water.
  2. 2. Een hoopje aarde dat de mol door het graven omhoog heeft gebracht.
  3. 6. De grond of bodem is vervuild.
  4. 7. Een diertje met een lang dun lijf, dat kruipen vooruit komt.
  5. 9. De aarde omkeren met een ploeg.
  6. 12. De boer houdt vee, bijv. koeien varkens, kippen of schapen.
  7. 14. De grond is naar beneden gezakt.
  8. 18. Een dier die planten eet.
  9. 21. De plek waar grond en aarde is weggehaald.
  10. 22. Een zwart diertje met grote poten dat onder de grond leeft.
  11. 24. Heel voedselrijke grond, gewassen groeien er goed op.
  12. 26. Zand dat gemakkelijk weg waait.
  13. 27. Er liggen ergens spullen overheen, je kan niet meer van de onderlaag zien.
  14. 28. Iets verdelen.
  15. 30. Een soort muis een diertje met een lange staart die knaagt aan planten en wortels
  16. 33. hoeveelheid licht die ergens is.
  17. 35. Grond waar veel resten van dode planten op liggen.
  18. 39. Een ruimte onder de grond om in te wonen
  19. 41. Alle rioolbuizen samen.
  20. 42. Grond waarin veel zand voorkomt.
  21. 43. iets dat uit hele kleine korreltjes bestaat
  22. 47. Een gat ergens in maken met een boor.