Across
- 2. bedienen
- 3. ham
- 7. faim honger hebben
- 10. keuken
- 11. vlees
- 15. melk
- 17. vies
- 18. mogelijk
- 19. samen
- 20. verschillend
- 23. alleen maar
- 24. principale hoofdgerecht
- 28. ochtend
- 29. muesli
- 31. boter
- 32. voorgerecht
- 33. daarna
- 35. kip
- 36. koekjes
- 38. snijden
- 40. voor
Down
- 1. kaas
- 4. vis
- 5. volgende
- 6. gebruiken
- 8. volwassene
- 9. lunch
- 12. klaarmaken
- 13. koken
- 14. deelnemen
- 16. enkele
- 17. lekker
- 21. morgen
- 22. sla
- 25. nog een keer
- 26. helpen
- 27. worden
- 29. wortel
- 30. recept
- 34. openen
- 37. drinken
- 39. klaar
- 40. brood
