Across
- 2. Dit doe je elke dag een aantal keer als je honger hebt
- 3. Dit zeg je als je het eten heel erg lekker vindt.
- 6. Laat maar
- 7. Dit maak je voor dat je boodschappen gaat doen
- 8. Eindigen
Down
- 1. Lekker
- 2. Op deze plek staan kaashandelaren, bloemenhandelaren en vishandelaren
- 3. Wensen
- 4. De olie
- 5. Dit spul wordt van dieren gemaakt
