Across
- 2. aan land
- 4. iemand op een varend schip
- 6. de rechterkant van een schip
- 8. een schip of vrachtwagen leegmaken, uitladen
- 10. de richting
- 15. de keuken van een schip
- 16. apart, alleen, eenzaam
- 17. een grote dure boot die iemand voor zijn plezier heeft
- 18. de linkerkant van een schip
- 21. een botsing bij het varen
- 22. de voorkant van een schip
- 26. een schip dat spullen vervoert over rivieren en kanalen
- 28. de lijn in de verte waar de lucht en de aarde elkaar lijken te raken
Down
- 1. een deel van het leger dat op schepen en op het water werkt
- 3. een groep schepen
- 5. een teken dat je geeft als je in nood bent
- 7. de mensen die op een schip werken
- 9. zinken na een ongeluk
- 11. zorgen dat iemand veilig is en goed verzorgd wordt
- 12. een kleine sterke motorboot die andere schepen achter zich aan kan trekken
- 13. doodgaan door een ongeluk
- 14. een groot schip waar spullen mee vervoerd worden over het water
- 19. de dikke muur waar boten kunnen aanleggen en laden en lossen
- 20. heel erg en droevig, maar niemand kan er iets aan doen
- 23. groot, geweldig, indrukwekkend
- 24. een soort huisje op een schip waar je droog en warm kunt zitten
- 25. de kamer op het schip om te sturen en alles in de gaten te houden
- 27. een bed in een boot
