Across
- 1. Soort laken voor het doven van vlammen, het inwikkelen van in brand geraakte personen en voor afscherming en afdekking.
- 2. Balie waar gasten ontvangen worden.
- 6. Brandend of gloeiend deeltje dat van iets af vliegt
- 7. Een plotselinge onverwachte gebeurtenis, bijvoorbeeld een ramp.
- 11. Een groep van gelijksoortige branden, geordend naar de aard van de brandende stoffen
- 12. Voorkomen van iets.
- 14. Een aantal maatregelen die nauwkeurig bepalen onder welke omstandigheden, onder wiens leiding en langs welke weg de aanwezigen een object verlaten moeten.
- 15. Hier staat het brandwondencentrum.
- 17. Iemand met een ziekelijke neiging tot brandstichten.
- 20. Een uitsluitend voor ontvluchting bestemde doorgang, waarin een eventuele afsluiting met een eenvoudige handeling kan worden geopend.
- 22. CO
- 24. Mensen die komen helpen als iets in de fik staat.
Down
- 1. Een ding waar de brandweer water vandaan kan halen voor het blussen.
- 2. Een apparaat (op batterijen of beter nog op het lichtnet met noodbatterij) dat een doordringend signaal afgeeft als het rook ontdekt.
- 3. Blustoestel met speciaal poeder voor het blussen van branden via een combinatie van fysische (warmte-onttrekking, stralingsbescherming) en chemische factoren (wisselwerking met het verbrandingsproces).
- 4. Hokjes maken, zodat andere delen niet door brand beschadigd worden.
- 5. Bij de brandbestrijding gebruikte substantie(bv. benzine)die op de brandhaard wordt aangebracht om het brandproces te versnellen.
- 8. Waarschuwing dat er gevaar dreigt.
- 9. Verlichting die in werking treedt zodra de netspanning geheel of gedeeltelijk wegvalt.
- 10. Warmte die je voelt van vuur, maar bijvoorbeeld ook van de zon.
- 13. Ontploffing
- 16. Een speciale, sterke waterslang voor bluswerken.
- 18. CO2
- 19. Plotseling omhoog schietende vlam
- 21. Compacte draagbare radiozender/ontvanger voor zeer hoge frequenties, met een klein zendvermogen en bruikbaar binnen een beperkte radius
- 23. Beveiligingsstaafje
