Across
- 3. Wordt ze soms wat warm van
- 7. Wint hiermee vaak van Hélene
- 9. Had/heeft zij haar handen vol mee
- 10. Was in deze plaats het oudste van 3 kinderen
- 12. Zorgt ze voor als haar man thuiskomt
- 14. Werd zij in gebeten
- 15. Bij deze koning eet zij het liefst
- 17. Hiermee had ze een grote strijd
- 18. Handelt zij op
Down
- 1. Hoort zij het liefste
- 2. Komt ze al van jongs af aan
- 4. Helpt zij scholieren mee
- 5. Wint hiermee af en toe van Hélene
- 6. Met deze kaart bezoekt zij ze gratis
- 8. Een Ijskoud dier van haar boeken
- 11. Ontmoette ze haar man
- 13. Hier ligt haar kleine vriendin
- 16. Heeft zij gestudeerd
