Casper van Kampen

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738
Across
  1. 2. je kunt een ... kijken in de bioscoop
  2. 3. er kunnen spullen in en is makkelijk te vervoeren
  3. 4. een klein diertje en je hebt voor de mannetjes en de vrouwtjes een apart naam
  4. 7. je woont er in
  5. 8. als je iets niet weet zoek je het op op het ...
  6. 9. je kunt er op zien hoe laat het is
  7. 10. je hebt ... voor iemand
  8. 13. het vervoert mensen in de lucht
  9. 14. je leert daar iets
  10. 15. iedereen heeft het en zegt het tegen je als ze iets willen vragen aan je
  11. 16. je gebruikt het als je wifi niet goed is
  12. 19. je doet het om je nek voor de leuk
  13. 20. als je niet kunt zien ben je ...
  14. 21. een klein diertje en je hebt voor de mannetjes en de vrouwtjes een aparte naam
  15. 22. je gebruikt het als je op de middelbare school zit
  16. 24. er wordt ergens ... naar gedaan
  17. 26. het is een gezellig dier en heeft 4 poten en een staart
  18. 27. je doet het om je pols voor de leuk
  19. 28. je vindt het in een museum
  20. 29. mensen die niet goed kunnen zien hebben een ...
  21. 30. je gebruikt het om ergens in te komen
  22. 33. het is langzaam en heeft een schild en als die loopt ontstaat er een spoor van slijm
  23. 34. je bent het als je heel blij bent en een goed leven hebt
  24. 35. je hebt 4 zintuigen ruiken, voelen, zien en ...
  25. 36. als je geen geld heb
  26. 38. al ons poep en plas stroomt er door heen
Down
  1. 1. het heeft een lange nek
  2. 5. het vliegt rond in de ruimte rond voor bijvoorbeeld een gps
  3. 6. daardoor kun goed zien
  4. 10. je bent ... tegen iemand
  5. 11. elk land heeft een ander ...
  6. 12. je beweegt op muziek
  7. 16. je hebt het aan in de winter
  8. 17. je wordt op die dat een jaartje ouder
  9. 18. als je veel geld heb
  10. 22. jij bent een
  11. 23. je zit er op als je aan tafel zit
  12. 25. je gebruikt het om een tekening vrolijk te maken
  13. 31. het is groot en dik en heeft grote oren en is grijs
  14. 32. het is rond en we leven er op
  15. 33. het versterkt het geluid
  16. 37. het hangt in de lucht en er komt regen, bliksem en hagel uit