chemie alles eerstejaar

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738
Across
  1. 1. wanneer er geen stof meer in de oplossing oplost, dan is de oplossing ....
  2. 3. Welke binding wordt gevormd in zouten?
  3. 6. Bouwstenen van alles
  4. 7. Om de kern van een atoom bevinden de elektronen zich in ...
  5. 9. iets dat niet van water houd noem je....
  6. 10. Kijken of de stof erin zit, noem je....
  7. 12. Bij het filtreren noem je wat achterblijft op het filter het ....
  8. 14. Een horizontale rij in het periodiek systeem noem je een ....
  9. 15. Een methode om olie uit pinda's te halen
  10. 18. Van 1 stof meerdere stoffen maken
  11. 19. Welke binding wordt gevormd tussen watermoleculen....
  12. 21. Methode om te bepalen hoeveel zuur/base er in de oplossing zit
  13. 22. Hoe noem je de elementen van groep 18?
  14. 23. Hoe heet een koolstofverbinding met 10 C-atomen
  15. 24. Van vaste stof naar gas noem je ....
  16. 26. De lucht bestaat voor het grootste gedeelte uit....
  17. 27. Deze stof gebruik je om een andere stof aan te kunnen tonen
  18. 29. Actieve koolstof dat je bijvoorbeeld gebruikt voor het ontkleuren van stoffen
  19. 30. Geladen deeltjes noemen we....
  20. 31. een mengsel van 2 vloeistoffen die niet in elkaar oplossen
  21. 32. Metaalion + niet-metaalion
  22. 34. In de kern bevinden zich protonen en ....
  23. 36. Druivensuiker noemt men ook wel....
  24. 37. Een mengsel van een vloeistof met een vaste stof die niet oplost
  25. 38. Deze indicator kleurt rood bij een zuur en blauw bij een base
Down
  1. 1. Het is belangrijk dat je hier aan denkt tijdens het practicum
  2. 2. Aantal protonen + neutronen =
  3. 4. massa / Volume
  4. 5. Hoe heet de koolstofverbinding met 5 C-atomen?
  5. 8. Destillatie is een scheidingsmethode dat berust op het verschil in ....
  6. 10. Kijken naar de hoeveelheid stof die ergens inzit, noem je....
  7. 11. Het temperatuurgebied waarin een mengsel kookt noem je....
  8. 13. De elementen in groep 17....
  9. 16. Van gas naar vloeistof noem je....
  10. 17. kleur, vorm, en dichtheid zijn ....
  11. 20. een chemische ontledingsmethode onder invloed van licht noem je....
  12. 25. wanneer we een zout of een sterke zuur/base oplossen in water, ontstaan er ionen. Dit proces noemen we....
  13. 28. 6,02 x 10^23 noemen we het getal van ....
  14. 33. Wanneer de concentratie in de oplossing overal gelijk is, noemen we het ....
  15. 35. Wanneer een oplossing een pH > 7 heeft, dan is de oplossing ....