Across
- 3. Één plus twee is ....
- 6. Na regen komt de ....
- 8. Je belt met een ....
- 11. De appel valt niet ver van de ....
- 12. Elke schooldag ga je naar ....
- 15. Je slaapt in een ....
Down
- 1. Je hebt een potlood en een ....
- 2. Met een .... veeg je potlood uit.
- 4. je knipt met een ....
- 5. Na zaterdag komt ....
- 7. Een klavertje vier brengt ....
- 9. Je strikt je ....
- 10. De kerstman brengt een ....
- 13. .... is wit en plakt.
- 14. Je stopt potloden en pennen in een ....
