Across
- 2. ik ben een dier dat onder de grond zit en ga traag vooruit
- 3. ik ben de stok die de sint draagt
- 5. mij heb je nodig om te eten, samen met een mes.
- 6. niet groot, maar ...
- 7. ik ben een soort fruit dat aan een tros hangt
- 9. mij moet je op je hoofd zetten wanneer je gaat fietsen
- 10. ik ga traag vooruit en draag mijn huis op mijn rug
- 12. dit teken je wanneer je verliefd bent
- 13. dit doe ik op mijn hoofd wanneer het koud is buiten
Down
- 1. mij doe je aan je benen, ik kan kort en lang zijn
- 2. mij zie je aan de hemel wanneer het goed weer is
- 3. ik maak een web en vang zo vliegen
- 4. blauw is een mooi ...
- 8. met mij kan je rijden, op twee wielen
- 11. ik sta in je kamer en je hangt er je kleren in
- 12. ik ben een mevrouw die kan vliegen op een bezem
