Across
- 2. het restaurant is op het ...
- 4. moet je rechtsaf of ...?
- 8. op het plein is het elke dag ...
- 9. ik zet mijn fiets ... de lantaarnpaal.
- 11. je kunt je auto in de ... zetten.
- 12. U staat ... voor de bioscoop, meneer!
- 13. .... mij is de bioscoop daar.
- 14. mevrouw, wij zijn op ... naar de bioscoop.
Down
- 1. je bekijkt een film in de ...
- 3. de bioscoop is ergens in deze ...
- 5. als u de ... over gaat, dan is het meteen rechts.
- 6. meneer, mag ik u wat vragen? Bent u hier ...?
- 7. rechtdoor? ik weet het niet ...
- 8. dan zal ik even met u ...
- 10. de bioscoop is ... het restaurant, dacht ik
