Across
- 3. de waterkoker is ...
- 5. Mustafa heeft ... groentesoep
- 7. er is ook een keuken en een ...
- 9. Jan vindt de waterkoker ... niet duur
- 11. in de keuken staat een ...
- 15. Zwolle is een mooie stad met oude huizen en ...
- 16. Mustafa gaat met de ... naar Zwolle
- 17. op het ... staan vier soepen
- 18. het huis heeft een kleine ...
Down
- 1. hij heeft een ... met een vriend
- 2. Jan en Anna ... in Ommen
- 4. hun huis heeft ... kamers
- 6. Jan en Anna kiezen ... met worst
- 8. in de keuken staat ook een ...
- 10. "zijn de gehaktballen van ...?" vraagt Mustafa
- 12. ze gaan wat eten in een ...
- 13. dat weet de ... niet.
- 14. Jan en Anna kopen een mooie waterkoker voor ... geld
