Across
- 1. Door te roepen laten merken dat je iets of iemand geweldig vindt.
- 3. Hoe het voelt om je heen.
- 4. Vanaf.
- 6. Een doelpunt maken.
- 8. Zegt wat er moet gebeuren.
Down
- 2. Een aantal wedstrijden die gaan om de hoofdprijs.
- 4. De fan van een voetbalclub.
- 5. Maar alleen niet.
- 7. Meteen op de radio, tv of internet.
