Across
- 3. Niet kleurrijk, somber.
- 4. Jij ____ over de vloer.
- 7. Klein gordijn.
- 8. Hij/zij ____ naar iemand.
- 12. Ik ____ een boek.
- 13. Klein hotel.
- 14. Open veld met paarse bloemen.
- 15. Bevroren water.
- 17. Ik ____ van lezen.
Down
- 1. Meervoud van gordijn.
- 2. Persoonlijk voornaamwoord.
- 4. Hij/zij ____ over de vloer.
- 5. Bezittelijk voornaamwoord.
- 6. Een lach op je gezicht.
- 8. Niet zwart of wit, maar _____.
- 9. Onbepaald persoon.
- 10. Metaal voor constructies.
- 11. Meervoud van hotel.
- 13. Hij/zij ____ een boek.
- 16. Vrouwelijke leraar.
