Across
- 2. Hoe reageert het lichaam op kou?
- 3. Heb je lijm om dit papier vast te plakken?
- 4. Heb je een boodschappenlijstje gemaakt?
- 7. Waarom is het lichaampje van de baby zo klein?
- 9. Welke lijn neem je naar het centrum?
- 12. Welk achtervoegsel zie je in woorden als “waarschijnlijk”?
- 13. Op welke manier wil je dit probleem oplossen?
- 14. Waarom lijkt het vandaag warmer dan gisteren?
- 15. Wat is dat voor vreemd maniertje van hem?
- 16. Hoeveel lijnen heeft dit schrift?
Down
- 1. In welk lokaal heb je vandaag les?
- 2. Waarom hebben sporters sterke lichamen?
- 3. Op welke lijst staat jouw naam?
- 4. Waarom maken we aparte lijsten voor elke klas?
- 5. Op welke dag is er markt in het dorp?
- 6. Hoeveel manieren zijn er om dit te doen?
- 7. Wie zit er in het kleine lokaaltje achterin?
- 8. Waarom lijken deze twee broers zo veel op elkaar?
- 10. Waarmee ga je de kapotte stoel lijmen?
- 11. Hoeveel lokalen heeft deze school?
