Across
- 4. dragen (van kleren/schoenen/bril)
- 6. zich afvragen
- 10. boven
- 12. ogen
- 13. slank
- 14. aantrekkelijk
- 16. vrolijk
- 18. oren
- 20. teruggetrokken,verlegen
- 21. lelijk
- 22. humeurig
Down
- 1. nieuwsgierig
- 2. onverschillig
- 3. beneden
- 5. donderdag
- 7. achterdochtig
- 8. cursus
- 9. rooster
- 11. groot (lengte)
- 15. zenuwachtig
- 17. hartelijk
- 19. klein ( van gestalte)
