Across
- 3. Veel sporten is gezond voor je ___.
- 4. Als mijn vriend een mop vertelt, moet ik altijd___.
- 5. Ik heb nooit geluk bij een spel, maar ik heb altijd ___.
- 6. Ik warm me aan de ___.
- 8. Moet jij ook ___ als je verkouden bent?
Down
- 1. Het is lief om te ___ naar iemand die je kent.
- 2. De jongen moet ___ nog wassen.
- 5. Mijn broer wil altijd ___ dat hij de beste is.
- 7. Het is ___ mijn schuld.
