de dierentuin les 1

12345678910
Across
  1. 2. Wanneer je iets mag gebruiken omdat je ervoor betaald hebt.
  2. 7. Wat je het mooist, fijnst of liefst vindt.
  3. 8. Een strookje aan een toegangskaartje dat eraf gescheurd wordt als je naar binnen gaat. Daarna kun je het kaartje niet nog een keer gebruiken.
  4. 9. Iets dat veel indruk maakt. Je kunt niet ophouden ernaar te kijken of eraan te denken.
  5. 10. Je betaalt voor een heleboel keer tegelijk. Je kan bijvoorbeeld een jaar lang naar de dierentuin of je krijgt elke week een tijdschrift.
Down
  1. 1. Het jong van bijvoorbeeld een leeuw, vos of beer.
  2. 3. Een bord waarop je meer over een onderwerp kunt zien of lezen.
  3. 4. Iemand die altijd geluk heeft.
  4. 5. De baas van een school of een bedrijf.
  5. 6. Een kaartje om ergens naar binnen te mogen. Vaak moet je ervoor betalen. Entree betekent ingang.