de fiets

12345678910111213141516171819
Across
  1. 4. zit midden in je wiel
  2. 5. als er licht op schijnt weerkaatst het
  3. 6. geeft je fiets stevigheid
  4. 8. daarmee voorkom je dat hij gestolen wordt
  5. 10. zo voorkom je dat je jas tussen de spaken komt
  6. 15. daar zit je op
  7. 17. als deze er af ligt kun je niet fietsen
  8. 19. dat zit in je banden
Down
  1. 1. daar zet je je voeten op
  2. 2. heb je nodig om je licht te laten branden
  3. 3. voor je tas
  4. 7. gebruik je als je wilt stoppen
  5. 8. geeft je wiel stevigheid
  6. 9. daar zet je de knijper van de pomp op
  7. 11. geeft licht op je achterspatbord
  8. 12. de band aan de binnenkant
  9. 13. je fiets hoeft niet tegen de muur
  10. 14. je knijpt er met je handen in als je wilt stoppen
  11. 16. daar zit je bel en je rem op
  12. 18. daar zitten je spaken in vast