Across
- 3. je doet het en laat het doen
- 4. je lieftallige sloper
- 5. hiermee kan je altijd aan ons denken
- 7. dit ben je altijd kwijt op de vakantie
- 12. je was er vroeger de beste in uit je groep
- 13. een hapje voor het diner
- 14. dit heb je waardoor je lief bent (en soms chagrijnig)
Down
- 1. het kwam niet uit de kast maar achter
- 2. je word lekker verwent
- 6. het één ben je wel maar het ander ben je niet
- 8. je had het en je zat er gelijk aanvast
- 9. je vindt het leuk leerd en ziet veel
- 10. je hebt het geleerd en doet het
- 11. de allerliefste van de hele wereld
- 12. we mochten het niet zeggen van Harry
