Across
- 1. Een stuur is een ... noodzakelijk onderdeel van een fiets
- 3. Wanneer dat probleem zich stelde reageerde ze altijd heel ...
- 4. Hij ... ons de toegang tot het museum.
- 5. Eeen krant bestaat uit verschillende ...
- 9. De lijst met formules was erg ...
- 12. Om dat probleem op te lossen hebben we ... hulp nodig.
- 13. Mijn beste vriendin en ik hebben heel veel dingen ... met elkaar.
Down
- 2. Toen hij begon ... te ... over zijn jeugd, begon het publiek zich te vervelen.
- 3. Toen hij de zolder opruimde, vond hij een ... schilderij uit de 15de eeuw
- 6. Zijn reactie op dat voorval was buiten ...
- 7. Tijdens het onderzoek noteer hij zijn ... in een groen boekje.
- 8. De politie moest komen ... bij de burenruzie
- 10. Om dat gerecht te maken moet je erg ... te werk gaan.
- 11. Ze wist niet tot welke ... dat werkwoord behoorde.
