Across
- 2. – grenzen missen.
- 4. – boosheid niet beheersen.
- 7. – denken dat je beter bent.
- 8. – jaloers zijn op anderen.
- 10. – een ander iets misgunnen.
- 11. – alleen aan jezelf denken.
- 16. – altijd meer willen.
- 17. – plots boos worden.
- 18. – sterk verlangen.
Down
- 1. – nergens om geven.
- 3. – geen maat kennen.
- 5. – jezelf te belangrijk vinden.
- 6. – niet willen delen.
- 9. – zoeken naar bewondering.
- 12. – te veel gebruiken.
- 13. – jezelf boven anderen zien.
- 14. – sterk verlangen naar genot.
- 15. – inspanning vermijden.
