Deutsch

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Across
  1. 2. iets lenen tegen geld
  2. 3. gebouwen
  3. 8. een kaart die je identiteit bewijst.
  4. 12. dit was Pearl Harbor voordat het de lucht in vloog
  5. 14. hier stop je een sleutel in om het open te maken
  6. 16. Ich habe ..... zwei Euro. (maar)
  7. 17. mijn
  8. 18. van de ene kant van de straat naar de andere kant lopen
  9. 21. de grote stad
  10. 24. herberg voor de jeugd
  11. 25. de kroeg
  12. 26. omdat
  13. 27. handelsmerk
  14. 31. dat
  15. 33. dit koop je voor de trein (voor de OV kwam)
  16. 34. stadsplattegrond
  17. 35. de Rijn en de Maas zijn beiden een...
  18. 36. dit krijg je in een winkel zodat je minder hoeft te betalen.
Down
  1. 1. iets een andere bestemming geven
  2. 4. de verzekering
  3. 5. iemand die portemonnee's pikt uit je zak.
  4. 6. bezienswaardigheid
  5. 7. voertuig met twee wielen waarop baby's niet kunnen rijden.
  6. 9. Trein dat over de straat rijdt
  7. 10. apart, uniek
  8. 11. vorm van pesten waarbij iemand buiten de groep wordt gehouden.
  9. 13. straat met winkels
  10. 15. dichtbevolkt gebied
  11. 19. iets wat je geeft om iets duidelijker uit te leggen
  12. 20. ander woord voor hebben. Ik .... over een kaart
  13. 22. of
  14. 23. toen
  15. 28. muur om op te klimmen
  16. 29. als
  17. 30. iets verzenden
  18. 32. .... 4 uur tot 3 uur