Deutsch

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 6. een bepaald deel in een bedrijf
  2. 8. de dag voor dinsdag
  3. 9. 6 letterwoord voor wat dieren moeten eten.
  4. 12. de plek waar de vestiging is gevestigd.
  5. 15. de manager van de verkopen in een bedrijf.
  6. 17. een baan maar geen vaste baan.
  7. 18. letterlijke vertaling van kantoor
  8. 19. 3 letterwoord voor je woonplaats
  9. 20. een andere versie van een gekookt ei.
  10. 23. Het land aan de westkant van Duitsland.
  11. 24. het nummer meestal bij de voordeur dat de huizen van elkaar onderscheid
  12. 25. De taak van een postbode.
Down
  1. 1. Wat je tijdens het winkelen geld scheelt.
  2. 2. een ander bedrijf die dezelfde producten verkoopt
  3. 3. Wat je als leering volgt om opgeleiden te zijn.
  4. 4. een naam achter je voornaam wat iedereen heeft.
  5. 5. letterlijke vertaling van naam.
  6. 7. letterlijke vertaling van bedrijf.
  7. 8. iemand die bij je werkt in het zelfde bedrijf
  8. 10. Als er vraag naar is moet er ook ... zijn.
  9. 11. een vaste vaan van 9 tot 5.
  10. 13. letterlijke vertaling van ik.
  11. 14. als je rekening houd met wat gaat komen.
  12. 16. letterlijke vertaling van vergelijken
  13. 21. een ander woord voor alle prikkels in je mond.
  14. 22. iets wat elk product op een kaartje heeft in een winkel.