dieren

123456789
Across
  1. 1. Ik piep door elk gaatje, ben bang voor de katten.
  2. 2. Dier met lange nek, grote poten, lange tong.
  3. 6. Woon in een kerk en ben een uil.
  4. 8. Dier die door de bomen slingert.
  5. 9. Ik verander in de kleuren waar ik op sta.
Down
  1. 1. Ik prik iedereen als ze slapen, ik kom af op zweetvoeten en als je net een banaan hebt gegeten.
  2. 3. Ik heb een rode borst maar ik schaam me niet.
  3. 4. Koning der dieren met lange manen.
  4. 5. Grijs en wijs mijn kindje is Kai-mook.
  5. 6. Dier die melk heeft, en het is geen geit.
  6. 7. Dier met langwerpig lichaam kronkelt zich door alles.