Across
- 1. Ik piep door elk gaatje, ben bang voor de katten.
- 2. Dier met lange nek, grote poten, lange tong.
- 6. Woon in een kerk en ben een uil.
- 8. Dier die door de bomen slingert.
- 9. Ik verander in de kleuren waar ik op sta.
Down
- 1. Ik prik iedereen als ze slapen, ik kom af op zweetvoeten en als je net een banaan hebt gegeten.
- 3. Ik heb een rode borst maar ik schaam me niet.
- 4. Koning der dieren met lange manen.
- 5. Grijs en wijs mijn kindje is Kai-mook.
- 6. Dier die melk heeft, en het is geen geit.
- 7. Dier met langwerpig lichaam kronkelt zich door alles.
