Economie

12345678910
Across
  1. 6. Kosten die niet veranderen bij de grootte van de productie.
  2. 7. Producent die zowel de geproduceerde hoeveelheid als de prijs bepaalt.
  3. 8. Marktvorm met veel aanbieders van een homogeen product.
  4. 10. Geld dat je overhoud na het aftrekken van de totale opbrengsten met de totale kosten.
Down
  1. 1. Maximale hoeveelheid goederen en diensten dat kan worden voortgebracht in een bepaalde periode.
  2. 2. De hoeveelheid goederen/diensten die worden geproduceerd in de onderneming.
  3. 3. Een product waarbij de consument verschillen opmerkt tussen de producten.
  4. 4. Marktvorm met slechts één aanbieder op de markt.
  5. 5. Producent die alleen de geproduceerde hoeveelheid bepaalt maar verkoopt op de marktprijs.
  6. 9. Het op een grote schaal produceren van hetzelfde product.