Economie

1234567891011121314
Across
  1. 2. Grootheid gemeten over een bepaalde periode.
  2. 5. Dit gaat over waar het product het best verkocht kan worden
  3. 7. Stemming van de economie, het vertrouwen van consumenten en producenten.
  4. 8. Een hypotheek voor mensen die iedere maand willen weten waar ze aan toe zijn.
  5. 9. Premies als percentage van het inkomen.
  6. 10. De werkenden betalen voor de ouderen.
  7. 12. Het ... geeft wat alle inwoners van een land samen verdienen.
  8. 13. Dit gaat omlaag als de prijzen stijgen.
  9. 14. Een goed is ... als je het alleen kan verkrijgen door er iets anders voor op te offeren.
Down
  1. 1. Hierdoor daalt de koopkracht.
  2. 3. Geldbedrag verdiend met de verkoop.
  3. 4. Het gevaar dat je geld uitleent dat niet terugbetaald wordt.
  4. 6. Ander woord voor het totale aantal verkochte goederen.
  5. 11. De premie van de AOW zit hierin.
  6. 12. Overzicht van bezittingen en schulden van een bedrijf op een bepaald moment.